• neowind

Middelgrote windturbines: de kip en het ei met regionale verschillen.

Bijgewerkt: 8 sep 2019



Vaststellingen n.a.v. de eerste VEA call


De resultaten van de eerste VEA call voor investeringssteun voor middelgrote windturbines zijn intussen al een tijdje bekend, terwijl de aanvraagprocedure voor de tweede call dra ten einde loopt.


Enkele resultaten hiervan roepen toch vragen op, vragen die de eindklanten vooral zichzelf zouden moeten stellen. Niet in het minst om te beletten dat het windavontuur een kostelijk verhaal wordt zonder dat er ooit effectief gerealiseerd wordt.


Vaststelling 1:


14 middelgrote windturbine projecten wonnen de call, waarvan 12 in de provincie West-Vlaanderen en 2 in de provincie Antwerpen. Meteen vallen dus de grote regionale verschillen op, waarbij door het betere windaanbod in de provincie West-Vlaanderen, deze projecten een potentieel beter rendement hebben dan elders in Vlaanderen. Hierdoor is een lagere investeringssteun nodig om ze voldoende rendabel te krijgen, derhalve een betere rangschikking in de call en dus een grotere kans om die periodieke calls te winnen.


Zo valt de provincie Limburg in deze call volledig uit de boot.

Reden: slechter windaanbod op gelijke hoogte dan in West-Vlaanderen, hogere investeringssteun nodig, lagere rangschikking in de call, slechtere kansen om te winnen.


Dit is een gegeven dat echter à priori gekend was.



Zo werden er recent vergunningen verleend voor middelgrote windturbines in de Limburgse gemeenten Gingelom en Nieuwerkerken, zonder enig zicht op een zinvolle investeringssteun om de projecten ook effectief te kunnen realiseren.


Dat komt neer op een totaal zinloze dossierkost voor opmaak van het omgevingsvergunningsdossier, gezien zonder het winnen van de call investeringssteun, er gewoonweg geen project is.

Gegeven het feit dat dit bedrijven betreft in de fruitteeltsector en "de toestand in de fruitteeltsector" is heel deze gang van zaken toch bedenkelijk.


Daarenboven zijn het projecten op een totale hoogte van 40 m, wat totaal onzinnig is in de provincie Limburg.

We hadden zelf vele aanvragen uit de provincie Limburg, maar amper een tweetal komen onze eerste selectie door als zijnde zinvol om te ontwikkelen.

Deze projecten vereisen specifieke projectrandvoorwaarden en specifieke oplossingen, om zelfs nog maar een kans te maken om een zinvol project te kunnen realiseren.


Bij de andere projecten in Limburg adviseren we de bedrijfsleiders hun bedrijfsmiddelen voor iets anders aan te wenden.


Vaststelling 2:


De effectief gevraagde en toegekende investeringssteun is niet bijzonder hoog, zeker als je rekening houdt met een realistische inschatting van de OPEX gedurende de leeftijd van de windturbine.


Enkele rechtoe rechtaan berekeningen laten besluiten dat in vele gevallen de klant rijk gerekend werd.


We hebben zelf toegang tot de productiedata van honderden middelgrote windturbines, verspreid over een groot gedeelte van de wereld, sommige met een lifespan van reeds bijna 30 jaar, en tenzij er andere fysica principes gelden in Vlaanderen, zijn er dus vragen bij te stellen.


Het is heel belangrijk om in deze projecten een conservatieve P90 benadering te hanteren, zonder zich te moeten beroepen op rekentabeltruukjes om de terugverdientijd beter te laten uitkomen.


In ons pilootproject, alweer een viertal jaar geleden, werd deze benaderingswijze ook gehanteerd, met als gevolg een lichte onderschatting ( 10 % ) van de effectieve gemiddelde jaaropbrengst, waar dus de projectkasstroom beter was dan verwacht voor de eindklant.




Voor een eindklant die in zijn bedrijfsvoering altijd onvoorziene wendingen kent, wat zich vertaalt in zijn bedrijfskasstroom, is de onzekerheid erbovenop van van een windturbine niet wenselijk.

Vaststelling 3:


Van de 12 West-Vlaamse projecten die de call wonnen, had geen enkel dossier à priori een omgevingsvergunning op zak. Gegeven het feit dat het verkrijgen van een omgevingsvergunning geen evidentie is, er nog geen sluitend vergunningstechnisch wettelijk kader is voor middelgrote windturbines, kan dit een potentieel kostelijke inschatting geweest zijn.


De "callwinners" zijn nu genoodzaakt binnen 18 maanden een omgevingsvergunning te behalen, anders zijn verliest men de bankwaarborg van 7 % op het toegekende subsidiebedrag finaal. Daarbovenop komt dan nog de dossierkost voor het omgevingsvergunningstraject, wat al snel 10 k€ aan totaal verlies betekent voor een middelgrote windturbine van nog maar het "kleine type".


De borgstelling is bedoeld om speculatie tegen te gaan ( zoals de situatie in Nederland ), maar impliceert wel een nuchtere aanpak.


Deze gang van zaken is zowel begrijpelijk vanuit de optiek van de leverancier van de windturbines, die uiteraard wil verkopen, als vanuit de optiek van de eindklant, die ongeduldig is.

Maar niet verstandig.


In windland heeft alles zijn eigen tempo, en goede projecten kan je "niet forceren".

Conclusies:



Projecten in alle provincies hebben een slaagkans, hoewel de windrijke provincies bevoordeeld zijn.

Door te werken met specifieke selectie-randvoorwaarden in screening van projecten, alsook enkele technische specificaties, kan er wel gewerkt worden naar een zinvolle slaagkans.


Transparantie in projectcalculatie, zodat CAPEX en OPEX helder gekend zijn, doorheen de projectduur, met een juiste inschatting van factoren die het projecten zowel gunstig als ongunstig kunnen beïnvloeden, is essentiëel.


Respecteer de juiste orde der dingen: Eerst je omgevingsvergunningsdossier behalen ( we begeleiden dit project heel graag ), dan pas denken aan deelname aan de call. Tenzij de regelgeving ivm deze call zou veranderen ivm de borgstelling.


En verder ?


Wil je weten of een middelgrote windturbine zinvol is voor je bedrijfssite ?

Wens je zelf een project op te starten en een omgevingsvergunningstraject op te starten ?


Onze pijplijn aan projecten groeit op dit moment sterk, na een eerste selectie.

Misschien kunnen we jouw project ook meenemen ?






Bronnen:


Artikel omtrent Limburgse projecten in HLN

Artikel omtrent VEA call middelgrote windturbines op website Lydia Peeters


© neowind 2015-2020